Limoncelloroom

Slagroom met de hand kloppen, ik kreeg er altijd een ontzettend lamme arm van. Ik gaf dan al morrend de room de schuld, geheel onterecht, want wat blijkt: ik klopte hem totaal verkeerd. Wat nou, als een malle met je garde ronddraaiende klopbewegingen maken? Nee, zo tipten culinair historicus Lizet Kruyff en banketbakker Cees Holtkamp tijdens hun masterclass over het romige zuivelproduct, de truc is om je garde rustig heen en weer te bewegen, met een klein handgebaar. Lizet Kruyff: ‘Slagroom klop je slow.

Wil je het slower dan slow doen, laat dan de roestvrijstalen garde in de la liggen en fabriceer een old school exemplaar van een houten takje. Lizet Kruyff: ‘Het kloppen van room komen we al tegen in kookboeken uit de zestiende eeuw. De eerste stap van het slagroomkloppen was toen: begin met het snijden van een garde uit een tak. Neem hiervoor een niet al te dikke tak, het liefst van een es of hazelaar. Verwijder de bast en snijd de bovenkant in tweeën, en dan nog eens, zodat je vier roeden krijgt. Ze gaan vanzelf openstaan. Krab het merg er een beetje uit.’ Nou, dat komt aardig in de buurt van een echte garde, toch? En dan kloppen maar, uh, sorry, heen en weer bewegen dus. Na zo’n minuut of twintig heb je 125 gram lobbige slagroom.

“Slagroom klop je slow”

Maar met alleen de juiste kloptechniek ben je er nog niet. Hoe kouder de room en attributen (kom en garde), hoe makkelijker de slagroom stevig te krijgen is. Dus, hup, in de koelkast met dat spul. En de suiker? Doe die er pas aan het einde van het kloppen bij. Cees Holtkamp: ‘Vroeger maakten we de slagroom veel zoeter. We voegden toen 200 gram suiker op 1 liter slagroom toe. Nu is dat 100 gram, dus tien procent.’

Kijk, zó doe je dat slagroom kloppen dus. Heb je het eenmaal onder de knie, dan zijn de mogelijkheden te over. Want, wordt ieder toetje niet een stuk lekkerder als je er slagroom bij doet? Dat ook de Oranjes regelmatig toetjes met slagroom aan hun gasten voorschotel(d)en, ontdekten Kruyff en Holtkamp bij het maken van hun kookboek Oranjetoetjes. Een van de meest recente voorbeelden is de polonaise* met lambada-aardbeien, limoncelloroom en aardbeiencoulis. Dit nagerecht liet koningin Beatrix aanrichten in het Rijksmuseum aan de vooravond van de troonswisseling, 29 april 2013.

Hieronder vind je het recept van de koninklijke limoncelloroom. Kun je meteen je klopbewegingen oefenen. Al dan niet met houten stokje.

Serveer de room met meringues en verse aardbeien voor een versimpelde versie van de polonaise. Want laten we vooral nog een tip van Cees Holtkamp opvolgen: ‘houd het simpel.’

* Een polonaise is banketgebak van meringueschuim dat wordt gevuld met room en vers fruit.


LIMONCELLOROOM

Recept uit het kookboek Oranjetoetjes

INGREDIËNTEN
  • 500 ml slagroom
  • 50 g suiker
  • 2 tot 4 el ijskoude limoncello

Hoeft niet, mag wel

  • meringues (zelfgekocht of zelfgemaakt)
  • (lambada)aardbeien
BEREIDINGSWIJZE
  1. Klop de slagroom lobbig met de suiker. Roer er de ijskoude limoncello door.
  2. Schep een flinke klodder limoncelloroom op de meringues. Decoreer met aardbeien.

Het servies en het textiel zijn van Van Manen aan Tafel, de lepeltjes van Sissy-Boy Homeland.

♥ Volg m’n blog met Bloglovin’

Reageer

4 reacties

  1. Eric

    Maar het allerbelangrijkst is toch wel een goed ‘ontvette’ garde en kom.
    Cees heeft ook een top meringue recept, daar klop je jezelf helemaal een lam armpje bij.

    Groetje

    • Ja, zeker! Rabarber en limoncello gaan prima samen :D Alvast gefeliciteerd voor morgen! Heel veel plezier!

Volgend berichtAperol Spritz